Maartje Kroese is psycholoog bij Kindt Clinics, waar mensen met fobieën, paniekstoornissen en posttraumatische stress worden behandeld. In haar werk ziet ze dagelijks hoe angst het leven kan overnemen, en ook hoe snel het soms weer kan verdwijnen als je begrijpt wat er in je brein gebeurt.
Angst is bedoeld om je te beschermen
“Gelukkig hebben we angst. Zonder angst zouden we niet lang overleven. Het is een essentieel onderdeel van ons overlevingssysteem.
Angst waarschuwt je voor gevaar. Het zorgt ervoor dat je geen onnodige risico’s neemt. Maar soms slaat dat systeem door. Dan voel je angst voor iets dat helemaal niet gevaarlijk is, een spin, een lift, een vliegtuig, terwijl je rationeel weet dat het veilig is.
Dat komt doordat ons brein zo in elkaar zit, dat het liever te vroeg dan te laat te waarschuwt. Vanuit de evolutie is het veiliger om iets te snel alarm te slaan dan om te laat te zijn. Dat betekent dat het systeem soms te strak afgesteld staat.”
Wat er in je lichaam gebeurt bij angst
“Er wordt vaak een onderscheid gemaakt tussen reële en irreële angst. Maar lichamelijk gebeurt in beide gevallen precies hetzelfde.
Zodra een situatie wordt geassocieerd met gevaar, slaat een deel van je brein, de amygdala, alarm. Binnen twee seconden staat je hele lichaam in de actiestand: je hartslag gaat omhoog, je ademhaling versnelt, je spieren spannen zich aan. Je lichaam wordt klaargemaakt om te vechten of te vluchten.
Dat gebeurt nog vóór je kunt nadenken. Die fysieke reactie komt al voordat je kunt denken: die spin kan mij niet doden. Daarom helpt rationeel uitleggen op dat moment niet. Je zit al midden in de paniek.”
Je lichaam reageert sneller dan je gedachten.
Waarom rationeel denken niet genoeg is
“Een hardnekkige misvatting is dat je iemand kunt helpen door te zeggen: ‘doe niet zo moeilijk, er kan niets gebeuren’.
Dat klopt rationeel, maar de angst zit op een ander niveau. Het lichaam reageert al voordat iemand kan nadenken.
Dat is ook waarom er een taboe op irreële angst rust. Mensen voelen zich dom of zwak, terwijl ze vaak juist heel goed weten dat hun angst niet logisch is.”
Waarom angst blijft, ook als je weet dat het veilig is
“Angst is altijd aangeleerd. Je hebt ooit iets meegemaakt waardoor je brein de link heeft gelegd tussen die spin, die lift of dat vliegtuig en gevaar. Misschien schrok je zelf. Misschien zag je iemand anders schrikken. Misschien hoorde je er een verhaal over.
Vanaf dat moment is die prikkel ‘besmet’. Zolang die spin er is, voelt je brein: ik ben in gevaar. En zolang je die situatie blijft vermijden, wordt die overtuiging alleen maar sterker.”
Waarom vermijden het probleem groter maakt
Bij vliegangst zie je dit duidelijk. Als je één keer een vlucht afzegt omdat je te bang bent, wordt de drempel de volgende keer veel groter. Vermijding versterkt de angst.
Soms helpt kennis, bijvoorbeeld door te kijken naar cijfers over hoe veilig vliegen eigenlijk is. Maar vaak zit de kern van de angst ergens anders: veel mensen zijn niet zo bang voor het neerstorten, maar vooral voor het opgesloten zijn. In dat geval is het veel effectiever om niet alleen met feiten te werken, maar juist te oefenen met kleine ruimtes.
Het gaat erom dat je ontdekt wat je écht bang maakt, en dat stukje voorzichtig aangaat.”
Angst afleren vraagt nieuwe ervaringen
“Om angst af te bouwen, moet je ervaringen opdoen waarin je merkt: het gaat goed. Je moet jezelf een neutralere of veiligere reactie aanbieden op datgene waar je bang voor bent.
Daarom werkt alleen praten meestal niet. De angst zit in een associatie tussen die situatie en paniek. Dus daar moet je ook naartoe.
Maar dat moet wel op de juiste manier. Als je jezelf blootstelt en je gaat weg op het moment dat het heel eng wordt, bevestig je eigenlijk alleen maar: zie je wel, het was gevaarlijk. Dan leer je niets nieuws.
Wat wel helpt, is blijven terwijl de angst er is. Maar wel op een niveau dat je aankunt. Je voelt de neiging om te vluchten, maar je blijft. En daarna komt de leerervaring: ik was bang, maar het ging goed.
Zo leert je brein langzaam iets nieuws. Net als trainen met sport. Je bouwt vertrouwen op doordat je ervaart dat je het aankan.”
Wat helpt op het moment dat de angst er is?
“In het moment zelf kunnen ademhalingsoefeningen helpen om rust te vinden. Maar er is een belangrijk verschil. Doe je het om het gevoel te verdragen, of om ervan weg te vluchten?
Als ademhaling helpt om te blijven terwijl de angst er is, is dat helpend. Maar als het een manier wordt om niet te hoeven kijken naar die spin, of niet te hoeven voelen wat er gebeurt, dan wordt het een vorm van vermijding.
Een belangrijk inzicht is dit: angst wordt altijd vanzelf weer minder. Op het moment zelf voelt het alsof het blijft stijgen tot je gek wordt of doodgaat. Maar dat gebeurt niet. Als je in de angstige situatie blijft, zal het uiteindelijk altijd zakken.
En precies dat is de leerervaring die je brein nodig heeft.
Deze oefeningen zijn veel makkelijker gezegd dan gedaan. Het angstgevoel is zo sterk en zo naar dat je er haast niet tegenin kunt gaan. Het kan dan helpen om professionele hulp te zoeken, fobieën zijn vaak goed te behandelen."
Angst voelt verschrikkelijk, en je reflex is vaak om het zo snel mogelijk weg te duwen. Maar juist door tegen de angst te vechten, kan het groter worden. Wat helpt, is erkennen: ik ben angstig, en blijven waar je bent, op een niveau dat je aankunt. Want als je blijft, zakt angst uiteindelijk altijd weer vanzelf. En precies die ervaring leert je brein: ik was bang, maar het ging goed.
Deel artikel